29 augustus
2010

Jeanne de Leugenaarster: Adriana Valkenburg: hoerenmadam, verraadster, femme fatale.

Bart Middelburg. Nieuw Amsterdam, 2009

jeanne valkenburgDit boek behandelt veel schakeringen van dader tot slachtoffer in de Tweede Wereldoorlog en laat zien dat een kleine groep joden beide kon zijn. De hoofdpersoon legt echter moeiteloos het traject van dubieuze hulpverlener naar medeplichtige en dader af. Het betreft een zeer gewiekste vrouw met een vooroorlogse criminele carrière, Adriana Valkenburg, ook wel Jeanne de Leugenaarster genoemd. Voor de oorlog was ze hoer en bordeelhoudster in Amsterdam en beschikte ze over goede connecties. In de oorlog ontpopte ze zich echter als aanbrengster van joodse onderduikers, die in goed vertrouwen naar haar toekwamen.

Middelburg is alle personen en families die in een noodlottige aanraking kwamen met Adriana Valkenburg nagegaan. Deze stoet van mensen die uitvoerig beschreven wordt, verleent het boek een opsommend maar ook indringend karakter. Je raakt de tel kwijt. Hoeveel mensen heeft deze vrouw de dood in gedreven? Van midden 1943 tot juni 1944 bracht ze ondergedoken Joodse families aan bij de SD. Dit lijkt begonnen te zijn toen Jeanne zelf tegen de lamp was gelopen bij het tijdelijk opnemen van Joodse onderduikers. Al in het begin van die activiteiten is duidelijk dat Jeanne deze mensen veel geld aftroggelde om ze te 'helpen'. Helemaal aan het begin daarvan is het merkwaardige feit dat zij zelf een lange relatie had met een Joodse man, Jacob Acohen. Ze trouwde met hem in 1942, maar dit kon uiteindelijk niet voorkomen dat hij werd opgepakt. Daarna zette zij haar activiteiten voort, werd echter door de Nederlandse politie en de SD aangehouden en opereerde sindsdiens als verklikker en aanbrengster van onderduikende joden. Zij deed dit met verve en geheel op eigen initiatief. Adriana of Jeanne Valkenburg was een willige medeplichtige. Van alle Joodse families die opgepakt werden in relatie tot Jeanne Valkenburg en andere aanbrengers, geeft het boek de adressen. Deze bekende straatnamen in de stad brengen de families dichtbij.

Als centraal aandachtspunt van het boek verdwijnt Jeanne op zeker moment. Dan treden figuren op die minstens zo interessant zijn of zelfs interessanter: de zogenaamde "joodse verraders", joden in dienst van de SD die andere joden aangaven of in de val lieten lopen. Deze mensen handelden meestal uit angst: ze leefden onder de dreiging zelf opgepakt te worden. Twee joodse vrouwen, Betje Wery en Ans van Dijk, en een man, Daniël Blom, behandelt Middelburg uitvoerig. Ans van Dijk werd na de oorlog geexecuteerd, maar Jeanne ontsprong de dans.Ze kreeg eerst de doodstraf, maar die werd in 1949 in een levenslange gevangenisstraf omgezet en in 1960 kwam zij weer vrij.

Het boek behandelt een ander interessant maar gerelateerd zijpad: het nut van geweldadig verzet of moord op de tegenstanders. Er waren groepen die vonden dat er meer moest worden gedaan dan onderduikers helpen: actief verzet tegen de Duitsers en hun helpers was geboden. Middelburg haalt de lotgevallen aan van zo'n groep, CS-6, die oa, aanslagen pleegde op jodenjagers van de SD en de politie. Middelburg probeert deze groep jonge mensen te verdedigen ten op zichte van naoorlogse critici, net als de schrijver W.F. Hermans deed. Een aantal van hun acties waren succesvol, maar andere mislukten. De groep werd in de oorlog door de Duitsers grotendeels opgerold.

Zoals gezegd, Valkenburg handelde voornamelijk op eigen initiatief: ze was nooit verplicht Joden aan te brengen. De verklaringen voor haar gedrag gaan terug op haar karakter en jeugd, maar van antisemitisme was geen sprake. In die zin was er continuiteit met haar vooroorlogse criminele carrière. Ze was verzot op het spel van list en bedrog, van ziekelijke leugens en kende ook na de oorlog geen enkele vorm van spijt of inkeer. Ze had daarvoor niet het moreel besef.
Dit boek laat volgens mij zien hoe complex de problematiek van collaboratie en vooraf bepaald zijn van daderschap is. De keuzes die Jeanne Valkenburg in de oorlog maakte, waren niet voorbestemd: ze had haar criminele carrière ook op een andere manier kunnen voortzetten, of zich kunnen beperken tot het zuivere economische gewin, dat ze behaalde op de onderduikers. Waarom ze dat niet deed, is niet helemaal duidelijk. Met de chef van bureau Joodse zaken, Otto Kempin,kreeg ze een verhouding. Waarschijnlijk kwam de gunstige positie waarin ze toen verkeerde zeer goed uit: gedekt door de Duitsers en hun Nederlandse handlangers kon ze de Joodse onderduikers zonder problemen oplichten en geld afhandig maken. Vervolgens kraaide er geen haan meer naar. Vreemd is dat ze zo lang haar werk kon voortzetten. Terwijl ze toch diverse families in verderf stortte, bleven er onderduikers naar haar toekomen.

Ik vond dit een fascinerend boek dat de gebeurtenissen in de oorlog dichtbij laat komen. Middelburg heeft zich gebaseerd op interviews, zelfs met nog levende betrokkenen uit die tijd, op processtukken en rapporten, politie-archieven en andere eigentijdse bronnen. Zijn onderzoek toont de vruchten van standvastigheid en lange adem. Hij kon daarbij bouwen op zijn eerdere onderzoek naar de Amsterdamse onderwereld gedurende de oorlog.


Verstuurd door henkl om 22:47 | Commentaar (0)
<< Winkels in de Spaarndammerbuurt | Top |
Commentaren
Er zijn geen commentaren.
Stuur een commentaar



Wordt niet getoond.